Wat zijn GAS?

Een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) is een straf, meestal een boete, die een gemeente kan opleggen voor inbreuken op zijn gemeentereglement. Het is op die manier een instrument om op lokaal niveau een antwoord te bieden aan de problematiek van openbare overlast.

Ontstaan

Het systeem van gemeentelijke administratieve sancties wordt mogelijk gemaakt door de wet van 13 mei 1999.[1] Deze wet werd in minder dan twee maanden ingediend, besproken en goedgekeurd door het parlement.[2] Met dit instrument is het de bedoeling dat de gemeenten de overlastproblematiek op een administratieve manier kunnen aanpakken, in de geest van een lik-op-stukbeleid.

Het doel van de wet bestond er in het gevoel van straffeloosheid tegen te gaan voor bepaalde inbreuken en weinig ernstige gedragingen (die tóch als overlast worden ervaren) niet langer strafrechtelijk te laten afhandelen, maar eerder door een administratieve sanctie.

De wet heeft de nieuwe gemeentewet op drie onderdelen gewijzigd:

  1. Uitbreiding van de gemeentelijke bevoegdheden: waar er vroeger discussie was over het al dan niet bevoegd zijn van gemeenten op het vlak van openbare orde, wordt er nu formeel de bevoegdheid gegeven aan de gemeenten om op te treden in het kader van openbare overlast.
  2. Uitbreiding van de bevoegdheden van de burgemeester: in hoogdringende gevallen kan de burgemeester instellingen sluiten of hun vergunning schorsen. Bovendien kan hij een voor het publiek toegankelijke inrichting gedurende drie maanden sluiten wanneer de openbare orde rond deze inrichting verstoord wordt.
  3. Administratieve afhandeling: er werd een nieuw artikel 119bis toegevoegd dat de gemeenteraad toelaat om administratieve sancties (zie verder) te bepalen voor de inbreuken in zijn gemeentereglementen.

Pas in 2001 verscheen er een omzendbrief[3] die enkele praktische zaken van de wet regelde. Mede hierdoor bleef de wet een dode letter.

Hervormingen

Deze wet werd in de loop van de jaren verscheidene malen gewijzigd.[4] In 2004 werden heel wat strafrechtelijke overtredingen gedepenaliseerd, waardoor de gemeenten de mogelijkheid kregen om deze overtredingen op te nemen in hun politiereglement en al dan niet te bestraffen met administratieve sancties. Bovendien werd er een aantal inbreuken geselecteerd die weliswaar strafbaar blijven, maar die ook in het gemeentereglement kunnen opgenomen worden (de zogenaamde ‘gemengde inbreuken’). Het werd ook mogelijk om jongeren tussen 16 en 18 jaar te sanctioneren. Een andere wijziging introduceert de bemiddelingsprocedure: deze is verplicht voor de minderjarigen.

In 2005 werd een reparatiewet gestemd en goedgekeurd die enkele hiaten en procedureproblemen moest oplossen. Later volgde nog een nieuwe verklarende omzendbrief.

In het najaar van 2012 werd door de federale ministerraad, op aangeven van de Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet [5], beslist om de reglementering rond GAS te verstrengen: o.a. de minimumleeftijd zal verlaagd worden naar 14 jaar, de boetes zullen hoger zijn (voor minderjarigen: maximum 175 euro i.p.v. 125, voor meerderjarigen: maximum 350 euro i.p.v. 250 euro) en meer ambtenaren zullen bevoegd worden.[6][7]

Toepassingsgebied

De gemeenteraad kan een administratieve sanctie voorzien bij een inbreuk van haar gemeentelijk reglement.Bovendien laat de wet toe volgende misdrijven administratiefrechtelijk te sanctioneren:

Inbreuk van eerste soort

  • Deze inbreuken zijn uit het strafrecht gehaald;
  • Kunnen vastgesteld worden door politieambtenaren en -agenten, bepaalde gemeentelijke ambtenaren en gemeenschapswachten, bepaalde ambtenaren van de vervoersmaatschappijen en bewakingsagenten (deze hebben enkel ‘aangifte’-bevoegdheid).

Gemengde inbreuken – Inbreuk van tweede (lichte) en derde soort (zware)

  • Blijven wel ingeschreven in het Strafwetboek en blijven prioritair voor strafrechtelijke afhandeling, maar het parket kan deze dossiers doorspelen aan de gemeente
  • Kunnen enkel vastgesteld worden door politieambtenaar of -agent.

Gemeentelijke Administratieve Sancties

De gemeenteraad kan de volgende administratieve sancties bepalen:

  1. de administratieve geldboete, met een maximum van 250 EUR;
  2. de administratieve schorsing van een door de gemeente afgegeven toestemming of vergunning;
  3. de administratieve intrekking van een door de gemeente afgegeven toestemming of vergunning;
  4. de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.

De geldboete (zie punt 1) wordt opgelegd door de sanctionerende ambtenaar van de gemeente. Indien de overtreder (en in uitzonderlijke gevallen de sanctionerende ambtenaar) niet akkoord is, kan beroep worden aangetekend bij de politierechtbank.
Voor punt 2, 3 en 4 is het het College van Burgemeester en Schepenen die de beslissing neemt. Beroep tegen deze beslissing is enkel mogelijk bij de Raad van State.

Ook minderjarigen vanaf 16 jaar kunnen een geldboete opgelegd krijgen. Voor hen is het bedrag echter beperkt tot maximaal 125 euro en er dient steeds een bemiddelingspoging aan vooraf te gaan. De jeugdrechtbank is in dit geval de bevoegde beroepsinstantie.

Tegen de beslissing van de politie- of jeugdrechtbank is enkel nog cassatieberoep mogelijk.

Gemeentereglement

Deze reglementen verschillen van gemeente tot gemeente. Bij ‘nuttige documentatie’ vind je de politiereglementen.

  • Reglementering betreffende openbare rust (grasmaaien, ijsventer, vuur maken, …),
  • openbare veiligheid (honden aan leiband, werken die hinder veroorzaken, …),
  • openbare gezondheid (sluikstorten, wildplassen, voetpad sneeuwvrij houden, …)

Strafrechtelijke inbreuken

  • het spuiten van graffiti
  • vechtpartijtjes zonder gewonden
  • taartgooien
  • nachtlawaai
  • vandalisme
  • lichte beledigingen of gewelddaden
  • dragen van kleding die het gezicht bedekt (zoals nikab)

Voor- en tegenstanders

Het systeem van GAS heeft zijn voor- en tegenstanders. Het systeem laat toe kleine, lokale problemen kort op de bal aan te pakken.[8] Critici beweren dat er zo een wildgroei ontstaat van sancties, waarbij vooral bepaalde (jongeren)groepen zouden geviseerd worden. Het systeem leidt ook tot een versnippering aangezien elke gemeente het begrip ‘overlast’ anders invult. Een coherent strafbeleid voeren, is op die manier niet mogelijk.[9]

Bronnen, noten en/of referenties

  1. Wet van 13 mei 1999 tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties. Moet samen gelezen worden met omzendbrief OOP 30 van 02 mei 2001 en OOP 30bis van 3 januari 2005
  2. Zie hiervoor de fiche op www.dekamer.be
  3. Ministeriële omzendbrief OOP30 van 2 mei 2001 aangaande de uitvoering van de wet van 13 mei 1999 betreffende de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties
  4. Wet van 7 mei en van 17 juni 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet
    Wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen
    Wet van 25 januari 2007 tot bestraffing van graffiti en van beschadiging van onroerende eigendommen en tot wijziging van de nieuwe gemeentewet.
    Wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet.
    Wet van 1 juni 2011 tot instelling van een verbod op het dragen van kleding die het gezicht volledig dan wel grotendeels verbergt.
  5. GAS-boetes fors uitgebreid
  6. Pascal Smet (2012): De beste GAS-boete is een vermeden GAS-boete
  7. Ministerraad keurt forse uitbreiding GAS-reglementering goed, Polinfo.be
  8. Overlastboetes zijn geen pestboetes VVSG, 21 mei 2012
  9. ‘Gemeenten moeten niet voor rechter gaan spelen’, Het Nieuwsblad, 26 mei 2012